Week 13 – Epiloog

De afgelopen maanden zijn voorbij gevlogen. Eerst natuurlijk die hele affaire rond Shonay en haar familie. Dan mijn ontmoeting met Peter. Vervolgens een schriftelijk examen. Shonay en ik zijn allebei glansrijk geslaagd. Eerlijk gezegd hadden we niet anders verwacht. En zowel Peter als Jacq hebben hun laatste studiepunten binnen voor dit jaar en zijn weer een stap dichter bij hun gedroomde einddoel.

“Beetje aan het mijmeren?” vraagt Peter me als hij met een bord vol eten mijn kant uit komt. Ik hang zo’n beetje aan een tafel midden in de grote tent. De jaarlijkse familie barbecue. Overal staan, zitten, en hangen mensen. Tantes, ooms, neven, nichten met alle aanhang en kinderen: familie dus in de ruimste zin van het woord. Het is een grote gezellige eetboel. Tussen deze familiemassa door bewegen zich ook nog vrienden.  Ik heb Thijs en zijn vrouw Marjolein gezien, Xavi en Mairi, Thea met haar partner, Twan en Ake, Anna Geurtz en zelfs dokter Kuijpers loopt rond met een bordje en een spatel. En natuurlijk zijn Shonay en Jacq er, en Peter…. Deze mensen weten wel raad met de grote hoeveelheid aangevoerd eten. Zoals altijd heeft mijn moeder zich weer overtroffen. Verschillende salades, schalen Moha-Bestekbak-RVSmet vlees, schalen met vis, spiezen met groentes, sauzen en natuurlijk genoeg te drinken. Alles heeft een plaatsje gekregen op de grote schragentafels. Op een andere tafel staan de borden en glazen. De lepels, vorken en messen wachten uitnodigend in een bestekbak tot ze gepakt worden. De kleurige servetten liggen ernaast. We hebben hard gewerkt om dit voor elkaar te krijgen. Maar het is zoals altijd, weer gelukt. “Ach, als je eenmaal een draaiboek hebt, is het zo gebeurd” zegt mijn moeder dan. En daar heeft ze wel een beetje gelijk in.

“Het is allemaal wel heel snel gegaan” hoor ik Peter zeggen “en gelukkig is het goed afgelopen” “Dat kunnen we wel zeggen” “En nu?” Peter trekt vragend zijn wenkbrauw op. “Hoezo?” “Wat gaan we nu doen. We hebben vakantie. Ga jij nog ergens heen?” Ja, dat was wel het plan. Gewoon ergens aan zee.” Peter lacht bij de herinnering. “Dat lijkt me een goed plan” zegt hij en hij kust me veelbelovend.

Week 13 – Vrijdag

Met een zenuwachtig gezicht houd ik de telefoon en de tijd in de gaten.  We worden gebeld met de uitslag.  Shonay zit naast me met een net zo nerveus gezicht. Voor haar is het allemaal net even spannender. Ze heeft alles op alles moeten zetten om de gevraagde schoolonderzoeken af te ronden om zo de benodigde punten binnen te halen. Gelukkig waren het niet te veel en heeft ze een geweldig stel hersenen. Maar het heeft er wel om gespannen. Ze moest ze wel af hebben, wilde ze mee kunnen doen met het centraal schriftelijk.

Als het goed is worden we na elkaar gebeld… alfabetisch op achternaam hè… Ik wilde dat die telefoon ging, dan hebben we het maar gehad….

Ruim twee maanden geleden zijn Shonay, haar vader en haar moeder terug in de Goudkust komen wonen. Het heeft nog wat voeten in aarde gehad. Het huis was een grote puinhoop. Dat betekende uitstel. Toevallig kregen ze met voorrang professionele puin-ruim-hulp. Daarna hebben Shonay en ik haar kamer opnieuw ingericht. Daarbij ‘geholpen’ door Peter en Jacq. Ja, Jacq! De flierefluiter-wie-doet-me-wat is als een blok voor Shonay gevallen en zij voor hem. Ze passen goed bij elkaar. Dat moet ik wel toegeven. Al ben ik best een beetje jaloers dat ik Shonay nu moet delen…. nouja,, wat zeur ik.. Shonay moet mij immers ook delen…

“Hij is leuk hè” mijmert Shonay. Ik weet meteen dat ze het over Jacq heeft. Haar ogen glanzen.  “Ik wilde dat ze belden” hoor ik meteen daarop. Dit wachten is fnuikend, zenuwslopend en helemaal niet leuk. En er hangt best veel vanaf, van de uitslag dan… Ik kijk rond in haar kamer, zoekend naar iets te doen. Maar ik zie niets. Dus ik teken maar gewoon wat droedels en wacht, wacht, wacht. Plotseling schrik ik op van een geluid. Mijn mobiel trilt en gaat over. “Ja” zeg ik als ik opneem, “ja, met Inge Karsten”

Week 13 – vervolg

NOS-Journaal_cropped-100-625-264-1-49“Het is de Landelijke Veiligheidsdienst eindelijk gelukt de bende vrouwenhandelaren op te rollen die het laatste half jaar erg actief is over twee continenten.  Ze zijn deze bende door toeval op het spoor gekomen. Een groot nationaal en internationaal samenwerkingsverband van politie, verschillende instanties en opsporingseenheden, heeft vanochtend op diverse plaatsten toegeslagen en succes geboekt. We schakelen nu over naar onze verslaggever ter plaatse”

De camera schakelt en daar staan Xavi en Anna te glunderen terwijl een man vragen op hen afvuurt. Op de meeste vragen moeten ze het antwoord om ‘veiligheidsredenen’ schuldig blijven. Eigenlijk wordt er helemaal niet zoveel verteld, vind ik. Wij weten al veel meer. Dan schakelt de barista de televisie naar een aanvaardbaar achtergrond geluid. Het extra nieuwsbericht is afgelopen.

“Nou,” Peter zucht “dat is dan ook weer gedaan.” Hij draait een beetje mistroostig met zijn kopje. “Wat nou. Het is toch fijn dat alles achter de rug is. Misschien komt Shonay nu gewoon naar huis. En kunnen we gewoon ons eindexamen doen.” “Zo bedoel ik het niet, lief. Het is het einde van onze jongensdroom.” Hij knikt naar Jacq. “Je weet wel boeven vangen, meisjes redden, groot en sterk zijn..”  “en slim” vult Jacq  aan. We lachen.

Wanneer ik later op mijn bed nog na zit te genieten van de kussen van Peter gaat mijn mobiel. Ik schrik, maar kijk toch op het display. Een bericht van Shonay. ‘We komen volgende week thuis. Dikke kus’  ‘Eindelijk’ text ik snel terug en ik moet lachen als ik een zwaaiend aapje terug krijg.

Week 12 – Zondag

Niet lang daar na komt een slungelig lopende hunk de CocoNuts binnen. Jacq. Nu een keer niet zo gehaast. Alle andere keren leek hij wel peper in zijn bloed te hebben, want de rust was ver te zoeken. Kan ook moeilijk met zo’n gejaagd beroep, bedenk ik me dan.

“Hej man” de begroeting tussen Peter en Jacq is hartelijk. Ze zijn echt al heel lang valentine_hugbevriend. “Dag Inge” zegt hij dan en ook ik krijg een dikke hug. Fijn, die kan ik goed gebruiken. Jacq lijkt het te merken want hij houdt me even stevig vast. Achter hem hoor ik Peter hummen. Hij lijkt jaloers, gniffel ik in mijn gedachten en hij krijgt weer een punt erbij.

“Nou, en die man weet dus echt niet wat hij moet doen” Jacq zit op  zijn praatstoel en vertelt over een of ander incident. “Dat kind brult en brult. Als of hij gevild wordt. Terwijl er alleen maar een splinter in zijn hand zit. Ja, wel diep. Dat was toch even graven. Maar toen het klaar was, bleef dat joch maar brullen. Hij wilde niets van zijn vader weten en bleef roepen om zijn moeder. Ten einde raad fietste die man dus maar weer naar huis. Met dat brullende kind op zijn fiets. Hij liever dan ik” besluit Jacq zijn verhaal “Wie weet wat er gedacht wordt door de mensen….”  Wat er gedacht wordt laat hij in het midden. Want hij heeft ineens door dat dit toch niet zo’n goed verhaal is op dit moment. Een beetje schutterig roert hij in zijn chocolade “Eh… sorry” zegt hij dan “Ik ben soms zo’n oen”

Een hard geluid onderbreekt de stilte. We kijken op en zien de barista opgewonden naar de televisie wijzen die hij net harder heeft gezet. Op het scherm staan grote letters “Extra nieuwsuitzending”

Week 12 – Zaterdag

Buiten stopt een auto. Het portier slaat dicht. Haastige voetstappen, hakken klikken op het pad. De keukendeur gaat open. “Hé… wat is hier aan de hand” Met een ongelovig gezicht kijkt Inge op. Dan vliegt ze uit haar stoel “Mam….”

Peter heeft voor koffie gezorgd en even later heeft iedereen een geurige bak voor zich staan. Thijs heeft zich voorgesteld. En Inge vertelt, aangevuld door Thijs en Peter. Jolanda Karsten kijkt ongelovig. “Met mij is niets aan de hand. Ik heb niemand gezien die achter mij aan kwam. Ik was alleen even naar de buurtsuper en naar de bibliotheek. Daar kwam ik een vriendin tegen, dus we hebben even staan praten. Ik heb ook niemand gebeld. Dus hoe kan je mij dan door de telefoon gehoord hebben?” Een beetje verslagen kijkt ze naar Thijs. Deze legt net zijn mobiel neer. “Dat weet ik ook niet mevrouw. Waarschijnlijk was het een noodgreep om Inge tot praten te dwingen. Wat ze helaas niet wisten, of niet wilden geloven, is dat Inge van niets weet. Niemand van ons weet waar Shonay en haar moeder zijn. Alleen Xavi en Anna weten dat.”Hij neemt een flinke slok van zijn koffie en gaat dan verder “Maar het lijkt me het beste als we even naar het bureau gaan om een verklaring af te leggen. Dan is die administratieve rompslomp ook weer achter de rug. Ik heb net het opsporingsbericht ingetrokken wegens het plotselinge, gelukkige, verschijnen van mevrouw hier. Rijd jij met mij mee?”

Als Peter en Thijs weg zijn, zitten mijn moeder en ik nog even aan de keukentafel. Het is stil in huis. In mijn hoofd valt ook alles stil. Ik kijk naar mijn moeder en tranen rollen over mij wangen. De angst die ik ondervond, zet zich om in een gevoel van opluchting, van vrede, van intens geluk. “Mam!!!” Meer hoef ik niet te zeggen. Mijn moeder staat al naast me, haar armen om mijn schouders.  Ze mompelt nonsenswoordjes, strijkt me over mijn haar en langzaam aan stop ik met snikken. “Kom meisje” hoor ik haar zeggen “Was je gezicht even, dan gaan we ook naar het bureau.”

Cascade“Oké” zegt Peter als we twee uur later aan ons tafeltje bij de CocoNuts zitten. Ik heb mezelf weer onder controle maar ben wel blij met de hand van Peter die op tafel over mijn hand ligt.  “En hoe gaat het nu verder? ” Hij pakt met zijn andere hand zijn telefoon uit zijn zak en begint te tikken. “Wat hebben we nu. Shonay en haar moeder zijn  in een safe house of zo iets. Die zitten super beschermd. Xavi en Anna zijn aan het werk achter de schermen, of misschien wel ervoor. En Thijs en zijn team doen hun politie-ding. We kunnen dus niets anders doen dan afwachten. Wachten tot die hele bende plus de kopstukken zijn aangehouden. Tot die tijd moeten we wel voorzichtig zijn. Kijk maar wat ze met jou geprobeerd hebben…Zo, die is nu ook op de hoogte” Als ik bevreemd naar hem opkijkt, zegt Peter “Jacq natuurlijk.. ik heb hem net een berichtje gestuurd.” Zijn mobiel trilt en piept “Hij komt hierheen”

Week 12 – Vrijdag

Peter is tevreden. Hij is bijna klaar met zijn stage en dan kan hij eindelijk verder met zijn studie. Geduldig helpt hij zijn laatste patiënt van de dag in haar jas, ruimt de spreekkamer op, zet de instrumenten in de sterilisator en sluit de computer af. De rest is voor de schoonmaakploeg.

Op weg naar zijn fiets bedenkt hij dat hij wel even bij de buurman de bloemist langs kan gaan. Een mooie bos bloemen voor Inge. Gewoon omdat het kan. Hij pakt zijn mobiel en tikt op haar naam. Ze is thuis, dat weet hij. De telefoon gaat een paar keer over, en dan is alles stil. Wat raar… niks voor Inge om een oproep weg te drukken. En zeker geen oproep van hem….Hij probeert nog een keer haar te bereiken maar krijgt dan een mechanische stem die hem vertelt dat het nummer dat hij probeert te bereiken, niet beschikbaar is. En dat hij  het later nog maar eens moet proberen.

“Hé Peter” vanaf de overkant van de straat komt Thijs Visschendijk aangelopen. “Wat goed te maken?” vraagt hij grinnikend en wijst naar de bloemenwinkel achter Peter. “Eh..nee. Ik wilde zomaar een bosje bloemen voor Inge meenemen. Omdat het zo’n mooie dag is.  Maar… “, hij kijkt nog steeds verwonderd naar zijn telefoon. Thijs is alert. “Vertel het maar. Wat is er gebeurd?”  “Zo raar. Ik belde haar op, de telefoon ging een paar keer over en ineens was het afgelopen. Ze nam niet op. En toen ik het nog eens probeerde was het nummer niet meer in gebruik…” Thijs reageert meteen. Hij pakt zijn mobiel en stuurt een wagen naar indexhet huis van Inge. “Denk je dat er wat aan de hand is” vraagt Peter stil. “Better safe than sorry” zegt Thijs. “Kom stap in, mijn auto staat daar. We gaan er ook eens kijken”

Vergeten zijn de bloemen en weg is zijn geluksgevoel. Er zal toch niet echt iets met Inge zijn. Na een paar minuten stopt de auto achter een surveillance wagen. Twee uniform agenten staan bij de voordeur en kijken om als Thijs op hen afloopt. “Er doet niemand open, inspecteur. We hebben een paar keer aangebeld en op de deur gebonsd. We wilden net omlopen.” “Daar staat Inges fiets. Ze moet gewoon thuis zijn” Peter wijst naar de zijkant van het huis waar jawel de fiets van Inge staat. De auto van haar moeder staat niet op de oprit.  “Hier blijven” zegt Thijs tegen Peter. “Dit is een zaak voor de politie. Onze specialiteit: ‘Vermiste meisjes’ ” grapt hij nog. Maar hoewel hij opgewekt probeert te doen, staat zijn gezicht allesbehalve vrolijk. Hij wenkt de agenten en samen lopen ze voorzichtig naar de achterdeur. Op weg daarheen kijken ze door het voorraam naar binnen. Niets te zien.

“Peter” Na een klein kwartier hoort Peter Thijs roepen en hij snelt naar de achterdeur. Die staat wijd open en de twee agenten hebben een geboeide man in hun midden als ze door de deur stappen. Inge, schiet er door Peter heen. Aan de keukentafel zit Inge. Thijs heeft een arm om haar heen. Ze huilt. Als Peter zijn plaats inneemt en Inge dicht tegen zich aan trekt, is Thijs aan het bellen. “Zo” zegt hij wat later “ik heb een opsporingsbericht voor je moeder de wereld in gestuurd. En ik heb even met onze vrienden van de Veiligheidsdienst gebeld. Nu kunnen we niets anders doen dan wachten. Wil je dat ik een ambulance bel voor je Inge?” Maar Inge schudt nee en kruipt dichter tegen Peter aan.

Week 12 – Donderdag

Voor me staat een onbekende man. “Inge Karsten?” Als ik knik, pakt hij zijn telefoon en begint een of ander koeterwaals te kletsen. Ik wil de voordeur dicht slaan, maar de man houdt dat tegen. Hij is sterker dan ik.  Voor ik weg kan lopen pakt hij me bij mijn pols  en duwt me achteruit het huis in.  Met een klik sluit hij de deur en draait de knippen erop.

“Wij moeten praten” zegt hij wanneer we in de keuken zitten.  Om mijn handen en bw.5.001voeten zitten van die plastic tiewraps. Het lijkt wel een film. Maar het is echt. Ik kan nergens heen. Dat maakt me boos. Vreselijk boos. En ik ben bang. Wat wil hij van me….

“Er gebeurt je niets” zegt de man. “Je hoeft me alleen maar te vertellen waar je vriendin Shonay is. Als je slim was geweest, had je het tegen Arnold Sipkes gezegd, maar zo slim was je dus niet. Daarom doen we het op deze manier.”  Hij houdt zijn mobiel tegen mijn oor. Eerst hoor ik niets, maar dan klink er zacht ‘Inge…’ “Mam!! Wat is er aan de hand, waar ben je.” Ik gil het bijna uit. De mobiel wordt van mijn oor weggehaald. Ik kijk de man voor me woedend aan. Hij heeft geen enkele uitdrukking op zijn gezicht. “Zeg me waar Shonay is”

Rustig, vermaan ik mezelf. Rustig blijven. Je schiet er niets mee op om in een stress te schieten.  Wat kan ik vertellen. En hoe weet ik zeker dat mijn moeder vrij komt. Onderhandelen dus. “Je hoeft niets te verzinnen” klinkt het kil. “Mijn mobiel heeft een open verbinding. Zodra je iets doet wat niet goed is…” hij maakt een suggestief gebaar met zijn hand over zijn keel “einde moeder…”

De beltoon van mijn mobiel klink hard door de stille keuken. Met een paar stappen is de man bij de aanrecht. Hij pakt mijn mobiel, kijkt naar de oproep en gooit hem op de grond. Met zijn voet vermorzelt hij hem en gaat weer zitten. “Waar is Shonay. En nu vlug een antwoord want anders…” Weer dat suggestieve gebaar.  En ik krijg steeds meer spijt dat ik de deur heb open gedaan. Had ik maar… alleen met die gedachte schiet ik niets op. “Shonay” klinkt het ongeduldig voor me. Ik slik. “Mag ik eerst wat water alsjeblieft” Gulzig drink ik het voorgehouden glas leeg. Dan slik ik nog een keer “Shonay zit in een bungalow. Ergens in Drenthe. Luister, ik wil eerst mijn moeder hier hebben voor ik meer zeg.” Het is een wanhoopspoging. Dat besef ik maar al te goed. De man kijkt me spottend aan. “Hoe weet ik of jullie haar niets doen. Jullie hebben mevrouw Lakenfelt ook al te pakken genomen. Welke garantie heb ik?” Mijn stem klink schril en helemaal niet zoals ik wel zou willen. Ik ben bang. Het lijkt wel een nachtmerrie waar ik in zit en ik wil wakker worden. Maar pijn van de schurende tiewraps geven aan dat het allemaal echt is. Dat het echt gebeurt.

Week 12 – Woensdag

Eigenlijk zou ik moeten gaan sporten, bedenk ik als lui op een stoel in de tuin lig.  Maar niets is zo frustrerend om op een prachtige dag de sportschool te bezoeken. Dus ik rek me nog een keer uit, draai me goed in mijn stoel en verdiep me in mijn boek. Onder handbereik staat een glas water. Voor mij geen alcohol, ik vind het niet eens echt lekker.  Het enige wat ik af en toe drink is een spritzer:  witte Wine_Spritzer_Wine_Cocktailwijn met ijskoud bubbeltjes water, maar ook dat komt zelden voor.  Volgens mij drinkt Peter ook niet. Daar zal ik hem toch eens naar vragen.  Dat zal ik straks wel eens doen. Nu heb ik andere dingen voor. Ik wil dit hoofdstuk uitlezen. En dan het volgende, en het volgende. Het is een ontzettend ‘spannend’ boek. Een echte chicklit, maar dat mag best ook wel eens een keer. Al die zware kost die ik voor de lijst moest lezen. Literatuur.. nou gooi het maar in mijn pet. De meeste titels dan. Not my cup of tea. Ik houd veel meer van fantasy en thrillers, van fictie, en van deze chicklits van tijd tot tijd.  Prima vermaak op een warme dag in de tuin.  Want wat is dan mooier dan:  Man ontmoet vrouw (of andersom), ze willen elkaar, draaien om elkaar heen, misverstanden, grote herrie, blijken uiteindelijk toch niet zonder elkaar te kunnen, happy end….

Mijn moeder is niet thuis. Ik heb het rijk alleen. En vanwege de komende examens is er vandaag geen school. ‘Zo kunnen jullie thuis studeren’ werd ons fijntjes meegedeeld. Maar volgens mij wilden de docenten gewoon vrij op deze tropische dag. Lekker lui in een hangmat waar misschien al honderden mensen in hebben gelegen aan een waterplas in een recreatieoord.  Zij liever dan ik. Ik neem mijn eigen handdoek wel mee naar zo’n oord.  Hoewel… samen met Peter in een hangmat lijkt me ook geen verkeerd beeld……

Hoor ik daar nu de voordeurbel? Ik til mijn hoofd op en luister nog eens goed. Ja hoor… de bel. Wie kan dat nu zijn. En wie belt er voor aan? Dat zijn zeker geen bekenden. Gewoonlijk lopen mensen hier gewoon achterom. ‘Achterom is kermis’ zeggen ze toch? Zuchtend leg ik mijn boek aan de kant en sta op. “Ik kom al, ik kom al” roep ik terwijl ik naar de voordeur slof.

Week 12 – Dinsdag

Wanneer ik uit het zolderraam kijk, zie ik water, eindeloos veel water.  Ik kan hier uren staan: het is een machtig mooi gezicht. Witte koppen, blauwe vlakken en dan ineens verandert het weer. Vele grijstinten. Het water is almaar in beweging. Ik wilde dat ik het kon vastleggen met een potlood. Maar zo goed ben ik niet in tekenen. Een beetje huis- tuin- en keuken- geklieder, al vindt Inge het heel mooi. Maar Inge is mijn BFF. Dan vind je iets al gauw mooi. Ik weet echt wel wat ik kan. En ik weet dat ik niet goed genoeg ben om dit bewegende water te tekenen, om de toon te pakken die het plaatje voor me laat zien. Om het gevoel van vrijheid in de tekening te leggen. Ik ben beter in portrettekenen. Maar ik heb eerlijk gezegd mijn draai daarin ook nog niet helemaal gevonden. Misschien ga ik volgend jaar wel een cursus doen om de basistechnieken op te poetsen.

water-golfAls ik stil ben en het raam een stukje open, kan ik het water horen. Ik krijg vreselijk veel zin om er naar toe te gaan. Om het water om mijn voeten te voelen kabbelen, om een duik te nemen. Ik weet niet eens of het een zee is. Ik ruik wel zout,  de vertrouwde zilte zeelucht. Maar ik weet het niet. Misschien is het toch een binnenmeer, een heel groot binnenmeer. In gedachte ga ik de mogelijkheden na. Die zijn er niet zoveel. Bij de meeste waterplassen kan je de overkant zien. Tenminste….volgens mij.  Ik ga er mijn hoofd niet over breken. Dat haalt niets uit. Ik weet waarom we hier zitten en dat ga ik echt niet in gevaar brengen. Kom ik ga maar eens wat doen.

Terug in mijn kamer open ik mijn laptop. Er staan wat e-mails op mij te wachten. van school zie ik wel. Mijn eindexamen…. ik ga maar eens aan de slag.  En het duurt niet lang of ik ben verdiept in de herinneringen van de geschiedenis.

Week 12 – Maandag

“Ik weet nog hoe die man daar stond. Zo helemaal alleen. En hij keek maar. Volgens mij hield hij ons huis in de gaten. Ik wist ook niet wat te doen, dus heb ik jou maar gebeld. En even later was hij zomaar weg.” Mijn moeder haalt zenuwachtig adem. “Het was best eng. Ik ben helemaal niet bang aangelegd, maar van deze man kreeg ik de kriebels” “Kunt U hem goed beschrijven mevrouw Karsten” vraagt Peter beleefd. “Ach, zeg maar Jolanda. En ja, dat denk ik wel”

Niet lang daarna zit mijn moeder bij een politietekenaar. Thijs was helemaal happy met deze gebeurtenis. “Misschien is dit de aanwijzing waarop we de hele tijd hebben gewacht” Na ruim een uur komt mijn moeder weer beneden. Wij zitten in de kantine van het politiebureau. “Gelukt” glundert ze “Ik heb best een goed geheugen voor gezichten, al zeg ik het zelf. En volgens mij is het iemand die ze kennen.” Dit wordt bevestigd door het vergenoegde gezicht van Thijs. “We kunnen aan de slag” zegt hij als hij ons naar de uitgang begeleidt “Eindelijk weer actie…..”

“Ik snap het niet” We zitten aan de keukentafel. Voor ons staan geurige koppen broccolisoep.  Mijn moeder kookt graag en ze heeft deze soep net in elkaar geflanst van een restje broccoli, kippenbouillon en kruidenkaas.  Ik vind het heerlijk en ook Peter schijnt er van te genieten. “Meestal haalt zo’n tekening toch niets uit. Ze lijken soms wel heel veel, maar ook soms helemaal niet.”  “Zo’n compositietekening wordt al heel lang maakt. Af en toe zijn het net kunstwerkjes” legt mijn moeder uit. “De tekenaar wist te vertellen dat het een klassiek opsporingsmiddel is. Vroeger werd het portret met de hand geschilderd. Wie-ben-ik-HD-iPad-iPhone-iPod-touchLater was het een soort legpuzzel met tientallen ogen, neuzen en snorren waar je uit kon kiezen. Je weet wel: een beetje als ‘Wie ben ik’, dat bekende spel. Tegenwoordig gaat het op de computer met verfijnde tekenprogramma’s waar bijvoorbeeld ook de nieuwste haarstijlen kunnen worden ingevoerd.

Politietekenaars zijn afhankelijk van het waarnemingsvermogen en het geheugen van slachtoffers en getuigen. Maar of de tekening geslaagd is en ook echt lijkt, blijft meestal voor het publiek verborgen.”

“Hoe komt het dan dat Thijs met deze tekening wel verder kan?” “Tja, dit schijnt een bekende te zijn van de politie. De tekening was nog niet af of rechercheur Visschendijk riep al een naam en ging op zoek naar de bijbehorende gegevens in de computer.” “Ik ben benieuwd wat er uitkomt” verzucht ik. “Anders ik wel” zegt Peter “maar nu ga ik me over deze heerlijke soep ontfermen. Ik heb even genoeg van geboefte en politie” En hij voegt, net als mijn moeder en ik,  daad bij woord.

Als ik later op mijn kamer ben, probeer ik Shonay te bereiken. Helaas, geen geluk. Ik laat wel een appje achter. Misschien belt ze me terug als ze kan.